Rentmeesterschap in de Vroege Morgen: Het Verhaal van een Melkveehouder

In gesprek met een boer uit Smallingerland. We spreken af rond koffietijd op de boerderij. Ik word vanuit de stal verwelkomd en we gaan naar de keuken. Aan de keukentafel begint ons gesprek. De boer heeft er al een hele ochtend op zitten. Om 3 uur vanmorgen ging de wekker, waarna hij in de stal aan het werk is gegaan. Tussen de 150 koeien voelt hij de verbondenheid met de schepping het sterkst. Het boeren is hem met de paplepel ingegoten; zijn heit verhuisde in de jaren zeventig van een boerderij in Eastermar naar deze plek in de Fryske Wâlden, en na de middelbare landbouwschool was er voor hem geen twijfel mogelijk: hij zou ook boer worden.

Een Familiebedrijf met Diepe Wortels

De geschiedenis van het bedrijf is verweven met de familie. "Ik ben begonnen bij mijn ouders op de boerderij, terwijl ik met mijn vrouw in de woning hierachter trok," vertelt hij. Sinds zijn ouders twintig jaar geleden stopten, zwaait hij de scepter op de hoofdlocatie, maar hij doet het zeker niet alleen. Zijn zoon is inmiddels vaste kracht binnen het bedrijf en zijn broer helpt mee in drukke tijden.

De taakverdeling is helder en natuurlijk gegroeid. Van de 150 koeien geven er ongeveer 100 melk, terwijl de rest van het vee de droge koeien en het jongvee de toekomst van de stapel waarborgt. Hoewel de boerderij met deze aantallen vrij intensief is voor de hoeveelheid land, weet hij dit efficiënt op te lossen door goede afspraken over het afvoeren van de overige mest.

Geloof als Kompas

Voor deze nuchtere ondernemer is het boerenbedrijf meer dan alleen een bron van inkomsten; het is een roeping. "Het is mijn lust en mijn leven. Ik mag hier iets teruggeven aan God door voor Zijn schepping te zorgen," legt hij uit. Dat geloof is geen jas die hij bij de staldeur uittrekt, maar een fundament dat hij meeneemt op de werkvloer. Het uit zich in christelijke normen en waarden en in de manier waarop hij met mens en dier omgaat. Wanneer de zorgen over de toekomst toenemen, vindt hij rust in het gebed: "Als alles onzeker wordt, kun je naar God vluchten. Hij helpt je er op Zijn wijze doorheen."

De Balans tussen Boer en Burger

In Smallingerland ervaart hij gelukkig veel begrip. De lijntjes in de gemeenschap zijn kort; veel inwoners hebben zelf nog wel een boer in de familie of kennissenkring. Toch ziet hij dat er soms onbegrip ontstaat door een gebrek aan kennis. Hij herinnert zich een voorval met een wandelaar die verontwaardigd was over een kreupel lopende koe. "Die koe had een gescheurde teen en we hadden er een blokje onder gezet om de teen te ontlasten en laten genezen. Nadat ik dat had uitgelegd was er begrip, maar in de eerste instantie zag die man puur de kreupele koe en niet het verhaal erachter." Volgens hem is dat de sleutel: transparantie. Boeren moeten durven laten zien wat ze doen, burgers moeten vragen durven stellen en zij moeten samen in gesprek blijven.

Blik op de Toekomst

Als hij naar de politiek kijkt, spreekt hij de taal van de SGP: standvastigheid en rentmeesterschap. Hij pleit voor een overheid die de boer weer de regie geeft over het natuurbeheer. "Wij zijn hiervoor opgeleid en kennen het land als geen ander." Ook op lokaal niveau mag het kritischer; hij stoort zich aan hoge leges voor kapvergunningen die in andere gemeenten gratis zijn en pleit voor een financieel beleid dat gericht is op de lange termijn in plaats van snelle, efficiënte pleisters.

Over tien jaar hoopt hij nog steeds op deze plek te boeren, maar dan met zijn zoon aan het roer. De landelijke regeldruk baart hem wel eens zorgen, maar hij blijft hoopvol en strijdbaar. "Het is een gezond bedrijf en het zou zonde zijn als dit verloren gaat. We hopen en bidden dat de volgende generatie hier met evenveel liefde voor de schepping mag blijven werken."